BOMEN MET BERT
Genealogieën van Van Loon, Van Donkelaar, Van Kregten, Van Gent, De Nooy, Otto, Schulte,Beijer. Jacobs, Mulderij, Groeneveld, Brus en anderen.
Voorna(a)m(en):  Familienaam: 
[Geavanceerd zoeken]  [Familienamen]

WITKOP Anna

Vrouwelijk 1742 - vóór 1748


Generaties:      Standaard    |    Compact    |    Box    |    Alleen tekst    |    (Uitgebreide)kwartierstaat    |    Media    |    PDF

Generatie: 1

  1. 1.  WITKOP Anna gedoopt 12 okt 1742, Groningen (dochter van WITKOP Jan Harms en RĂ–MELINGH Trijntje); overleden vóór 1748, Groningen.

Generatie: 2

  1. 2.  WITKOP Jan Harms werd geboren ca. 1715, Midwolda; overleden 26 nov 1767, Groningen; was begraven 5 dec 1767, Groningen.

    Aantekeningen:

    Collector van het lantarengeldt en deurwaarder (dwz portier of concierge van het Stadhuis) te Groningen
    in 1738 (30 januari) kreeg hij het burgerrecht van de stad Groningen.
    woonde aan het schuitendiep ca 1742. "Onder het stadhuis"van 44 tot 56; in de poelstraat (1767)

    Volgens J.W. Schaap:
    >>Mogelijk was hij een zoon van Harm Jans Witkop en Swaantje Harms, van wie 1.3.1691 te Winschoten een dochter Grietje werd gedoopt. De vader was bij die gelegenheid overleden, en bij deze opstelling kan Jan Harms Witkop derhalve niet later zijn geboren dan 1690. In dat geval is hij laat getrouwd (een tweede huwelijk??), doch 30.4.1732 trad hij op als voormond over Trjntien, dochter van wijlen zijn broer Geert Harms Witkop en Martien Wessels (die zal hertrouwen met Albert Everts), en dan komen we toch ook tot een geboortetijd van rond 1700 of daarvoor. Hij had een zuster Voske Harms, die zijn huweljksvoorwaarden mede ondertekende. Geen relatie zal er zijn geweest met een Lummigje Harmens Witkap uit Gasselternijveen, die 14.8.1742 te Groningen trouwde met Hindrik Egberts, en met een Aaltje Harms Witkop uit Gasselternijveen, die 25.2.1749 te Groningen trouwde met Hoite Roelfs uit Sappemeer. Als er een verwantschapsrelatie had bestaan, dan was zeker Lummigje Harmens Witkop oud genoeg geweest om te compareren bij de huwelijksvoorwaarden van Jan Harms Witkop. <<

    Jan getrouwd RĂ–MELINGH Trijntje 21 nov 1741, Groningen. Trijntje (dochter van RĂ–MELINGH Lubbertus en WIBBES Anje) werd geboren nov 1721, Noordbroek; overleden 20 dec 1779, Groningen; was begraven 31 dec 1779, Groningen. [Gezinsblad]


  2. 3.  RĂ–MELINGH Trijntje werd geboren nov 1721, Noordbroek (dochter van RĂ–MELINGH Lubbertus en WIBBES Anje); overleden 20 dec 1779, Groningen; was begraven 31 dec 1779, Groningen.

    Aantekeningen:

    Trijntje Römeling's doop is merkwaardigerwijs niet ingeschreven te Noordbroek, de woonplaats van haar ouders. Zij is geboren tussen januari 1719 (huwelijk ouders) en mei 1723 (geboorte broer Bonno). Wijlen de heer J. Kat te Apeldoorn (Montanalaan 1) plaatste haar geboorte in november 1721 op grond van oude familienotities. Mogelijk - woonde zij als volwassen meisje te Groningen (plaats van haar huwelijkssluiting). (gegevens J.W. Schaap)
    Als weduwe woonde ze in Groningen boven de A-poort, bij haar schoonzoon Roelf de Vries (1779)

    andere schrijfwijzen:
    Rommeling
    Roemeling
    Romeling
    Roemelin
    Roemelink

    Aantekeningen:

    Getrouwd:
    26 10 1741 ondertrouw


    Akte datum: 26-10-1741
    Akte plaats: Groningen
    Bruidegom Jan Witkop
    Bruid Trijntje Rummerink
    Bruidegoms zijde Voske Harrems, suster
    Bruids zijde Harm Wibbes, oom
    Bruids zijde Heilina Roerings, moeij
    Bruids zijde Jacobus Rosevelt, oom
    Bruids zijde Catrina Rommeling, moeij
    Bruids zijde Getruida Diephuijs, halve moeij
    Bruids zijde Jan Hilties, vreemde voogt
    -
    Bron Huwelijkscontracten Groningen 1741 sep-dec Groningen 1741
    Collectie huwelijkscontracten (toegang 1534)
    Inventarisnummer 3593

    Kinderen:
    1. 1. WITKOP Anna gedoopt 12 okt 1742, Groningen; overleden vóór 1748, Groningen.
    2. WITKOP Cornelia gedoopt 12 okt 1742, Groningen; overleden ca. 1745, Groningen.
    3. WITKOP Harmannus gedoopt 18 feb 1744, Groningen; overleden Ja, datum echter onbekend.
    4. WITKOP Harm werd geboren 8 sep 1745, Groningen; overleden 11 jan 1791, Groningen.
    5. WITKOP Lubbertus gedoopt 10 sep 1746, Groningen.
    6. WITKOP Anna gedoopt 19 mei 1748, Groningen; overleden 29 jul 1780, Groningen.
    7. WITKOP Lubbartus gedoopt 31 aug 1751, Groningen; overleden 29 jul 1795, Groningen.
    8. WITKOP Cornelius gedoopt 16 mei 1754, Groningen; overleden Ja, datum echter onbekend.
    9. WITKOP Bonna gedoopt 20 apr 1756, Groningen; overleden 15 mrt 1810, Nieuwe Pekela.
    10. WITKOP Jan werd geboren 10 jul 1760, Groningen; overleden Ja, datum echter onbekend.


Generatie: 3

  1. 6.  RĂ–MELINGH Lubbertus werd geboren 1696, Farmsum (zoon van RĂ–MELINGH Bonno en BECKERING Anna Maria); was begraven 15 mrt 1732, Noordbroek.

    Aantekeningen:

    Lubbertus Römelingh werd 24.4.1708 al vermeld als studerende voor organist ("De Oudste Soon reeds in sijn begonnen Leringe op 't Orgel", zegt een familieregister uit 1732). Hij werd schoolmeester en organist in Leermens, en vertrok in 1716 in gelijke functie naar Noordbroek aan de Zuiderschool (zijn kerkelijke attestatie werd daar 6.12. 1716 ingeschreven, met foutieve voornaam). [Dominee: Hermanus Stegneris]

    Al in zijn eerste winter in Noordbroek had hij een conflict met de predikant. Toen hij namelijk deelnam aan het klootschieten (een winters spel op het ijs), achtte de kerkeraad dit een openbare karspelzonde, en Lubbertus is pas na schuldbelijdenis weer toegelaten tot het H.Avondmaal. Na enkele kleine botsingen tussen hem en de predikant was er in 1731 een groot conflict. In een kerkeraadsvergadering van 30.5.1731 vertelde de predikant, dat Römeling hem zich in huis had geroepen en verzocht, niet ter consistorie te worden geciteerd. Hij had daarbij erkend, in de nacht van 4 op 5 april in de herberg te hebben gevochten met Albert Coops, nadat deze hem had aangevallen en een blauw oog geslagen. Römelingh had beterschap beloofd en hoopte dat de zaak hiermee zou blijven rusten. De predikant antwoordde, dat Lubbertus zich voorlopig moest onthouden van het Heilig Avondmaal en dat de zaak zou worden voorgelegd aan de kerkeraad. Daarop zei Römelingh, dat er wel meer waren die ergernis gaven, zelfs onder de kerkeraad, en of haters dan wèl aan het Avondmaal mochten komen. De kerkeraad besloot nu, dat Lubbertus in persoon nadere toelichting moest geven. Deze erkende het ten laste gelegde, maar zei ook, dat de predikant het erger voorstelde dan werkelijk het geval was. Gevochten had hij b.v. niet; slechts had hij van anderen een blauw oog gekregen. En met zijn woorden had hij bedoeld, dat we allen dagelijks veel struikelen. Men stond er evenwel op, dat hij namen zou noemen, en Lubbertus noemde toen de predikant en o.m. zijn schoonvader. Daar hij geen bewijs kon leveren, werd hij gexcommuniceerd; en de zaak werd pas bijgelegd, toen hij eind november schuld erkende. Jaarlijks betaalde hij 3 gld. belasting.
    Als voormond trad hij op over de minderjarige kinderen van zijn moeder uit haar tweede huwelijk (met Marcus Diephuis).
    (bron: J.W. Schaap)

    Lubbertus getrouwd WIBBES Anje 5 dec 1718, Noordbroek. Anje (dochter van PHEBE(N)S Wibbe en (HARMS) Ilben Harmens) gedoopt 21 mei 1701, Noordbroek; overleden ca. 1734, Noordbroek. [Gezinsblad]


  2. 7.  WIBBES Anje gedoopt 21 mei 1701, Noordbroek (dochter van PHEBE(N)S Wibbe en (HARMS) Ilben Harmens); overleden ca. 1734, Noordbroek.

    Aantekeningen:

    Anje Wibbes werd 6.3.1717 te Noordbroek kerklidmate. Zij leefde 19.9.1732 nog (h.c. Bonno Römelingh en JantjeFockens). Doch zij stierf wellicht voor 19.10.1735, want bij de inventarisatie van haar vader' s nalatenschap waren haar kinderen rechtstreeks erfgerechtigd (16.2. 1739 werd de nalatenschap verdeeld).
    (bron: J.W. Schaap)

    Kinderen:
    1. 3. RĂ–MELINGH Trijntje werd geboren nov 1721, Noordbroek; overleden 20 dec 1779, Groningen; was begraven 31 dec 1779, Groningen.
    2. RĂ–MELINGH Bonno gedoopt 17 mei 1723, Noordbroek; overleden Ja, datum echter onbekend.
    3. RĂ–MELINGH Anna Maria gedoopt 23 jul 1724, Noordbroek; overleden Ja, datum echter onbekend.
    4. RĂ–MELINGH Stijntjen gedoopt 23 jun 1726, Noordbroek; overleden 13 jun 1804, Groningen.
    5. RĂ–MELINGH Ilbijna gedoopt 26 mrt 1728, Noordbroek; overleden Ja, datum echter onbekend.
    6. RĂ–MELING Bonna gedoopt 11 mrt 1731, Noordbroek; was begraven 7 feb 1767, Groningen.


Generatie: 4

  1. 12.  RĂ–MELINGH Bonno werd geboren 1655, Farmsum (zoon van RĂ–MELINGH Theodoricus en JANS Catharina); overleden aug 1701, Farmsum; was begraven 22 aug 1701, Farmsum.

    Aantekeningen:

    Bonno Römelingh ging op l7jarige leeftijd naar Denemarken met zijn oom Konrad Römeling (sedert 1663 garnizoensarts in dat land, later lijfarts van de Deense koning, in 1672 tijdelijk terug in Nederland).
    Bonno was daar militair, doch pas in 1679 oorkondelijk vindbaar, en wel als vaandrig in des kongings lijfregiment te voet bij de compagnie van kapitein Friedrich von Boynenburg (Etat 1679). Lang was hij evenwel niet bij dit onderdeel, want in oktober 1678 was hij er nog niet en in 1680 ontbrak hij weer.
    Zijn uniformkleding als vaandrig was: een rood lakense jas met gevoering, rode kniebroek, lange kousen, schoenen, hoed met brede rand; als officier had hij een vergulde ringkraag en een witte taften tailleband met goud- en zilverfranje. De aanschaf er van werd ingehouden op de soldij. Als lijfregimentsofficier was hij gewapend met een steekzwaard (karde) en een piek (partisan) (Brammer blz. 10). Zijn vaandrigsoldij bedroeg 10 rigsdaler per maand, en krachtens zijn rang had hij voor dienstzaken recht op het gebruik van twee paarden (O.M. 1677 folio 84).
    In 1681 keerde hij uit Denemarken terug naar Farmsum "op verzoek u de HoogWel Geb. Heer Ripperda van Farmsum", blijkens het familieregister van 1732. Daar werd hij schoolmeester en koster, en sinds 1 7.1684 ontvanger van de Farmsumer zijl. Zijn schoolmeesterstractement bedroeg wellicht 300 gld. per jaar, blijkens notities in de kerkvoogdijadministratie van 28.6.1682, 28.4.&5.1O.1684, 5.1.&3O.4. 2.11.1685, 2.1.&3.5.1686, 5.5.1687, 4.8.1692. Voor het secretariaat van de Farmsumer zijl kreeg hij jaarlijks 20 gld., en sedert 20.11.169? op zijn verzoek 30 Car.gld.
    Enige transacties van Bonno werden door de kerkvoogdij betaald en ter verrekend bij de tractementsbetaling: 5.10.1684, 2.9.1685. 168 gld. (Huuren der Kercke, Pastorje en Costerije Landen), 5.5.1687, 4.8. 1692. Mede daardoor weten we, dat hij enige koeien had en enig land huurde van de kerk. In januari 1685 kocht hij negen grazen land (de Bonecamp) voor 650 gid., en in mei-juni 1688 vier akkers en een heem.
    Hij was 17.6.1690 voormond over de kinderen van wijlen zijn zuster Alina en Harmannus Selhuizen, en 9.1.1693 voogd over de zoon van Jurjen Buitinck en wijlen Harmtien Willems Velthuis (een zuster van Bonno's eerste vrouw), allen te Groningen.
    Wellicht was hij in 1692 diaken, want hem werd 5.10.1692 40 gid. betaald "an achterstallige renten vor die armen".
    Bonno is 22.8.1701 te Farmsum begraven.
    (bron: J.W. Schaap)

    Bonno getrouwd BECKERING Anna Maria 12 jan 1695, Winschoten. Anna (dochter van BECKERING Lubbertus en HAIJKENS Anna) werd geboren 30 jan 1675, Sauwerd; overleden 1727, Farmsum. [Gezinsblad]


  2. 13.  BECKERING Anna Maria werd geboren 30 jan 1675, Sauwerd (dochter van BECKERING Lubbertus en HAIJKENS Anna); overleden 1727, Farmsum.

    Aantekeningen:

    Anna Maria Beckering werd 16.6.1693 te Winschoten kerklidmate. Zij woonde toen bij haar zwager apotheker Marcus Relotius, getrouwd met haar 23 jaar oudere half zuster Beerta (hij ondertekende ook haar huwelijksvoorwaarden). Spoedig na haar kerktoetreding verhuisde zij naar Farmsum (was zij huishoudster bij haar latere man, die toen weduwnaar was?). Toen het daar tot huwelijksplannen kwam, keerde zij terug naar Winschoten tot haar huwelijk, en haar attestatie werd 1. 6.1694 ingeboekt.
    Na haar man's dood zette zij diens werk voort. Enige jaren lang ontving zij blijkens notities in de kerkvoogdijrekeningen (30.12.1701, 19.12.1702, 28.1.1704, 8.2.1705) schoolmeesterstractement ("haer tractement", en er was ook geen andere schoolmester). Met de opvolger van haar man, Marcus Pieters Diephuis (ook ontvanger van de Farmsumer zijl en collector, overl. 1760) trouwde zij in 1707 (h.c. Farmsum 16.10.1707). Uit dit huwelijk stammen twee dochters, t.w. Anna Maria (tr. Jan Doesborgh) en Geertruid (tr. Peter Geerts), en een zoon Hermannus (predikant). Na de dood van Anna Maria Beckering hertrouwde Marcus Diephuis in 1729 (h.c. Farmsurn 7.5.1729) met Stijntje Derks. Anna Maria ondertekende 24.11.1718 te Noordbroek de huwelijksvoorwaarden van haar zoon Lubbertus Romelingh en was toen dus nog in leven.
    (bron: J.W. Schaap)

    Kinderen:
    1. 6. RĂ–MELINGH Lubbertus werd geboren 1696, Farmsum; was begraven 15 mrt 1732, Noordbroek.
    2. RĂ–MELINGH Catharina werd geboren ca 1698.
    3. RĂ–MELINGH Edzard werd geboren ca 1700; overleden ca 1738, Heveskes.

  3. 14.  PHEBE(N)S Wibbe gedoopt 16 mei 1672, Noordbroek (zoon van WIBBENS Phebo en ROELF Anje); overleden 1735, Noordbroek.

    Aantekeningen:

    Wibbo Phebes was, blijkens een in 1705 opgestelde lijst, in dat jaar met zijn vrouw kerklidmaat te Noordbroek. Na al enkele malen candidaat te zijn gesteld, werd hij 21.12.1713 gekozen als diaken en 7.1. 1714 als zodanig bevestigd. In 1715 was hij administrerend diaken, legde 20.12.1715 rekening en verantwoording af, en trad daarna af. Vervolgens was hij verschillende malen ouderling, en wel in 1726-1735, toen hij de kerkeraadsnotulen mee ondertekende (de eerste keer 29.8.1731, de laatste 9.3.1735). In de kerkeraadsnotulen van 29.8. 1731 werd hij door zijn schoonzoon Lubbertus Romelingh genoemd als een ouderling die aanstoot gaf (doch deze kon dit niet bewijzen). In de taxatielijsten van 1730-1731, volgens welke hij 3 gld. belasting per jaar betaalde, is als zijn beroep stelmaker opgegeven. Voor de uitoefening van dit ambacht kocht hij 12.5.1696 te Noordbroek twee behuizingen met stelmakersgereedschap aan de Hoofdstraat. De inventaris van zijn nalatenschap werd opgemaakt in twee gedeelten: die van de roerende goederen 19.10.1735, die van de overige goederen
    29.10.1735. Bij de mobilia werd 0.m. een pistool genoemd, bij de overige bezittingen o.a. een koopbrief van 16 grazen land (door hoofdeling Anthonij Ocken Wijllius en Stijntje Phebes geschonken aan An Wibbes en Harm Wibbes), een koopbrief van enig land (geschonken voren), een koopbrief van 18.1.1670 van een behuizing en een schuur (afkomstig van zijn ouders).
    (bron: J.W. Schaap)

    Wibbe getrouwd (HARMS) Ilben Harmens 18 okt 1696, Noordbroek. Ilben werd geboren ca. 1675, Noordbroek; overleden na 24 nov 1718, Noordbroek. [Gezinsblad]


  4. 15.  (HARMS) Ilben Harmens werd geboren ca. 1675, Noordbroek; overleden na 24 nov 1718, Noordbroek.

    Aantekeningen:

    Ilben Harmens ondertekende 24.11.1718 de huweljksvoorwaarden van haar dochter Anje met Lubbertus Romelingh en was toen dus in leven
    (bron: J.W. Schaap)

    Kinderen:
    1. WIBBES Harm gedoopt 18 jul 1697, Noordbroek.
    2. WIBBES Ocke Egberts gedoopt 18 jul 1697, Noordbroek.
    3. 7. WIBBES Anje gedoopt 21 mei 1701, Noordbroek; overleden ca. 1734, Noordbroek.
    4. WEIBBENS Harmannus gedoopt 26 okt 1704, Noordbroek; overleden vĂ³Ă³r 1761, Zandeweer.


Generatie: 5

  1. 24.  RĂ–MELINGH Theodoricus werd geboren 1627, Farmsum (zoon van ROMELINGH Patroclus en OVINGH Alina); overleden 2 okt 1667, Farmsum.

    Aantekeningen:

    Römelingh werd in een familieregister uit 1732 door een gelijknamige kleinzoon als volgt beschreven: “Theodoricus R6melingh de 2de (Zoon) van de Pastor Patroclus Römelingh van wien ik nu zal melden heeft in de H.Theologie gestudeert, maar door de kinder pokkens in de Borst belemmrt zijnde heeft niet konnen prediken, en is Voor zanger en Schoolmeester en Schatbeurder (tot) Farmsum geweest, (hij is getrouwt an) Cathanina (Jans, dochter van Jan) Bonnes (tot) Farmsum, hebben te zamen geprocreĂ«ert -(volgen de namen van zes kinderen)-'.
    In maart 1645 werd hij met attestatie van Farmsum te Groningen als kerklidmaat ingeschreven. Mogelijk had dit te maken met zijn theologiestudie of aanloop daartoe (een inschrijving als student ontbreekt echter). Te Utrecht werd hij 2.12.1647 ingeschreven als student in de theologie, met vermelding van zijn leeftijd (20 jaar).
    In 1651 werd hij schoolmeester en koster te Heveskes, maar in 1652 kwam hij in gelijke functie naar Farmsum, zijn definitieve woonplaats. Te Farmsum was zijn jaarlijkse bezoldiging 400 gld. , en in de kerkvoogdijadministratie vinden we uitbetalingen 13.7.1656, 5.5.1657, 29. 6.1660, 4.5. & 10.7.1661, 2.1.& 27.8.1662, 17.1. 4.7.1663, 6.1. & 4.7.1664, 3.1,1665, 10.1. & 2 8.9 & 29. 12. 29.12.1666, 17.9.1667, telkens 200 gld.). Ook ontving hij 5.1.1659 en 4.5.1661 nog 16 gld. extra voor toezicht op het kerkhof en de bestrating aldaar en voor het openen en sluiten van de kerk. Voorts was hij secretaris van de Farmsumer zijl sinds 5.11.1653 voor 6 gld., vanaf 9.8.1661 10 car.gld.
    Theodoricus Römelingh pachtte 14.2.1665 kerkeland, t.w. 6 deimt hooiland voor 6 jaren. In 1668 echter werd een andere meier genoemd, en dat klopt met zijn begrafenisdatum in de diakonierekeningen.
    In de kerk had hij een zitplaats gekocht (vrouwenbanken nr 10, westzijde) voor 5 gld.
    (bron: J.W. Schaap)

    Theodoricus getrouwd JANS Catharina ca. 1648, Farmsum. Catharina (dochter van BONNES Jan) werd geboren ca. 1628; overleden na 28 jan 1670, Farmsum. [Gezinsblad]


  2. 25.  JANS Catharina werd geboren ca. 1628 (dochter van BONNES Jan); overleden na 28 jan 1670, Farmsum.

    Aantekeningen:

    Catharina Jans ontving 28.1.1670 als weduwe van Theodoricus Römelingh nog tractement via haar zwager Sjoerd Jans Klempenhof (man van Heilwig Römelingh). Deze betaling zal te maken hebben met het z.g. gratiejaar
    (bron: J.W. Schaap)

    Kinderen:
    1. RĂ–MELINGH Patroclus werd geboren 1649.
    2. RĂ–MELINGH Joannes
    3. 12. RĂ–MELINGH Bonno werd geboren 1655, Farmsum; overleden aug 1701, Farmsum; was begraven 22 aug 1701, Farmsum.
    4. RĂ–MELINGH Wilhelm werd geboren ca. 1657, Farmsum; overleden 5 mei 1703, Finsterwolde.
    5. RĂ–MELINGH Alina
    6. RĂ–MELINGH Jan Bonnes

  3. 26.  BECKERING Lubbertus werd geboren 1620, Huizinge (zoon van BECKERING Wilhelmus Johannis en CALMES Beerta); overleden 16 jan 1676, Sauwerd.

    Aantekeningen:

    Lubbertus getrouwd HAIJKENS Anna ca. 1659. Anna (dochter van GERHARDS Tiddo en WIJBRANTS Anna) overleden na 30 jan 1675, Sauwerd. [Gezinsblad]


  4. 27.  HAIJKENS Anna (dochter van GERHARDS Tiddo en WIJBRANTS Anna); overleden na 30 jan 1675, Sauwerd.
    Kinderen:
    1. 13. BECKERING Anna Maria werd geboren 30 jan 1675, Sauwerd; overleden 1727, Farmsum.

  5. 28.  WIBBENS Phebo werd geboren 1643, Noordbroek (zoon van GEBELS Wibbo en JURRIENS Mennye); overleden ca. 1707, Noordbroek.

    Aantekeningen:

    Phebo en Anje kochten op 18 januari 1670 een behuizing met schuur.
    Komt voor als Sibbevoogd over de minderjarige dochter van zijn broer Jurjen Wibbes en Froutje.(23 okt. 1680)
    Idem als voogd op 10 okt 1681 en 16 mei 1682 over kinderen van Oomke Jans en Fokje Freriks.
    regelmatig getuige bij verzegelingen.
    Kwam in 1705 voor in Kerklidmatenlijst te Noordbroek.

    Phebo getrouwd ROELF Anje 21 feb 1668, Noordbroek. Anje werd geboren ca. 1640, Noordbroek; overleden ca. 1707, Noordbroek. [Gezinsblad]


  6. 29.  ROELF Anje werd geboren ca. 1640, Noordbroek; overleden ca. 1707, Noordbroek.
    Kinderen:
    1. Menje gedoopt 8 jan 1671, Noordbroek; overleden Ja, datum echter onbekend.
    2. 14. PHEBE(N)S Wibbe gedoopt 16 mei 1672, Noordbroek; overleden 1735, Noordbroek.
    3. Stiene (Stijntje) gedoopt 13 dec 1674, Noordbroek; overleden na 11 apr 1726, Helpman.
    4. Egbert gedoopt 23 sep 1677, Noordbroek; overleden na 1709.